Uitgelicht

Bezoek uit Amerika

grote zus komt uit Amerika
gewapend met haar warme glimlach
en een koffervol attenties

we lachen en we kletsen veel
we taarten en we kaarten
we drinken sloten koffie 
en eten veel – heel veel – grijze garnalen

we laveren in de familiedrukte
tussen oud zeer en nieuw zeer – ouderzeer
en tussen de scherven vinden we veel – heel veel – 
warme zus-en-broerliefde

grote zus gaat naar Amerika
gewapend met haar warme glimlach 
en een koffervol attenties

we lachen en we kletsen veel
en pinken een traantje weg
het afscheid valt – zoals gewoonlijk –
zwaar, heel zwaar

goede reis goed mens, goede reis

15 augustus 2019

Troost – 8 maanden – Stabij, hartendief en terrorist

Troost is nu acht maanden, een ranke, slanke brok energie met bijzonder veel karakter en levenslust. Haar twee zusjes werden vorige week tegelijkertijd voor het eerst loops. Ik hoopte voor de symboliek dat Troost ze zou vervoegen, maar neen hoor, madame laat op zich wachten. Ze vind het zeer vermakelijk dat ik tussen haar benen kom speuren naar ze weet niet goed wat. Er wordt veel schoongelikt en gesnuffeld daar beneden en ze laat mij goedmoedig een kijkje nemen, zo op haar gemak is ze met haar hele lijf.

Troost is mijn aapje. Ze heeft een hele lange staart en ze heeft ook de blik van een baby-gorilla. Haar ogen staan net anders dan die van mama Silva en de kleur is ook net donkerder. Ze heeft iets in haar uitdrukking dat me doet denken aan een aapje, een soort alerte zelfgenoegzaamheid. Ze doet iets met haar ogen dat vaak ook hilarisch is: de zijdelingse blik. Het gaat ongeveer als volgt: ze blaft om je aandacht – bijvoorbeeld als we nog aan het eten zijn – als je dan kijkt, beweegt ze haar kopje niet – dat blijft stijf naar voren gestrekt, neus de lucht in – ze werpt je vervolgens met haar ogen alleen een zijdelingse blik toe. Ze is zich er dan heel duidelijk van bewust dat ze je aandacht heeft. Gelijktijdig met de zijdelingse blik gaan haar oren dan voor een fractie van een seconde naar achter en naar beneden terwijl haar tong heel even komt piepen, als om ons te zeggen, ‘alles is oké’, maar dan gaan de oren en de ogen weer naar waar het ook is dat ze iets in de gaten houdt, ‘ik blijf wel alert’.

Troost is een typische Stabij: heel erg nieuwsgierig en heel erg bij de hand of de voet. Ze komt overal haar neus tussen steken, alles wat je doet houdt ze heel nauwlettend in de gaten. En ze is heel erg slim. De puzzel met koekjes erin lost ze met haar 8 maanden even snel op als Silva. Als je een put graaft in de tuin moet je bij elke schep eerst even vragen of ze opzij wil gaan. Heerlijk. Ze vindt het ook heerlijk en komt me dat uitgebreid vertellen. Ze gaat op haar achterste poten staan, slaat haar twee voorste poten rond je arm en blijft zo een hele tijd met je dansen terwijl ze al je aandacht opeist. Altijd vrolijk.

Ze blijft steeds bij mij in de buurt. Als ik aan het werk ben, ligt ze op de overloop om een oogje op mij én op de trap te kunnen houden. Ze vindt het moeilijk als de deur van de badkamer dicht gaat, dan moet ik haar eerst eventjes laten kijken, dan zeg ik ‘wacht’ tegen haar en doe de deur dicht. En ja hoor, als ik klaar ben dan ligt ze daar op me te wachten. Het moeilijkste is als Albert me behandelt in zijn praktijk. Honden mogen daar niet binnen, ze moet leren wachten voor de gesloten deur. Maar het is een deur die ze kan openduwen en dat deed ze dan ook verschillende keren toen Albert deze week mijn geblokkeerde schouder wou aanpakken. Hij werd wat lastig op haar en dat klonk door in z’n stem, zij raakte er bijna van in paniek en duwde iedere keer nog sneller de deur open tot ze er in slaagde om tussen z’n benen door te glippen en recht in mijn armen te springen bovenop de behandeltafel. Ik moest er hard om lachen. We hebben de behandeling toen even opgegeven, teveel paniek in haar lijfje. Ondertussen weten we hoe het wel moet: de deur moet open blijven zodat ze kan zien wat er gebeurt en zij blijft netjes in de deuropening zitten. Maar ook niet te lang.

Op de trap loopt ze altijd net achter me en bijt in mijn mouw als om me tegen te houden. Het is ons momentje geworden. Ik ga dan zitten en geef haar al babbelend al mijn aandacht. Ze vind dat zo fijn dat ze eventjes met zichzelf geen blijf weet en zich gerust moet stellen door haar kopje tegen de muur te wrijven weg van mij, weg van het intense van ons contact. Meer en meer duwt ze dan ook haar kopje even tegen mijn schouder. Dan smelt ik. Ze bijt soms te hard, dan doet ze me echt pijn. De kunst is om vanals ze mijn arm vast heeft, te gaan zitten zodat ze niet doorbijt. En ook om ervoor te zorgen dat ze me niet kan te pakken krijgen als ik geen tijd heb om te gaan zitten. Dan krijgt ze andere aandacht, dan babbel ik tegen haar terwijl ik doorloop.

Troost is ook een terrorist! Ze valt Silva aan met de regelmaat van de klok om haar uit te dagen en te spelen. Het ziet er vaak heftig uit: grommen, blaffen, met haar hele lijf tegen Silva aan botsen, bijten in haar vel of haar oren en er een beetje aan blijven hangen… Ik grijp voortdurend in omdat ik het zo vervelend vind voor Silva. Maar ik heb ook al gemerkt dat als ik Silva aanmoedig om eens van zich af te bijten, ze dat ook doet: ze ontbloot haar tanden en gaat grommend en happend achter Troost aan. Troost is dan helemaal blij, want ze krijgt eindelijk wat ze wil: ruw spel. En dan spelen ze inderdaad, met losse lijven en kwispelende staarten en daarna laat Troost haar mama ook een tijdje weer met rust.

De verhouding met onze oude kater is nog altijd op gespannen voet. De kat kan zonder problemen de vloer delen met de honden – kan zich zelfs tegen hen aan wrijven en parmantig tussen hen door lopen – zolang dat hij niet gaat rennen gebeurd er niets. Maar oh wee als hij snelheid neemt – en al helemaal als hij in de tuin begint te rennen – dan slaakt Troost het aanvalssignaal: een akelig, doordringend hoog jankgeluid – van pure opwinding – dat waarschijnlijk het laatste is wat prooien te horen krijgen voor ze door de wolven verscheurd worden en ze schiet er achter aan als een opgedraaide veer die losschiet. Indrukwekkend welke snelheid zo’n beestje kan halen.

Indrukwekkend hoe graag je zo’n beestje kan zien.

Hondenverhalen: Silva de Stabij

Met alle nest avonturen zijn we een beetje uit het oog verloren hoe jong Silva nog is. Binnenkort wordt ze 3, nog maar net helemaal volwassen en nog volop aan het evolueren. Het valt me de laatste tijd op dat ze nog aanhankelijker is geworden. Het lijkt wel of ze dochter Troost aan het werk heeft gezien, geconstateerd heeft dat die veel aandacht krijgt en dus nu zelf zich zeker wil stellen van onze aandacht. Vooral de mijne dan. Als ik in de zetel zit, kruipt ze erbij. Ze doet dat rustig en voorzichtig – niet in de zotte-doos-stijl van Troost die gewoon springt en wel ziet waar ze op je landt – Silva is zichzelf gebleven. Ze ligt tegen me aan, kop vaak op mijn been of voet en slaakt dan diepe tevreden zuchten. Ook op bed neemt ze meer dan vroeger haar plek in. Troost zit al enthousiast op bed voor ik in de slaapkamer ben en gaat dan op het voeteneind op iets liggen kauwen. Silva niet, die vraagt me nog altijd of ze op bed mag, dan vleit ze zich naast me neer en begint dan verrassend snel zeer luid te snurken. Dat snurken duurt gelukkig maar eventjes.

De eerste les speuren – dogtrailing heet het fancy in het Engels, maar het is eigenlijk gewoon verstoppertjes spelen met hondjes – was interessant. Ik heb me bewust alleen met Silva ingeschreven, om onze relatie nog eens extra ruimte te geven; Troost is geweldig, maar ze is ook een terrorist die heel veel plek inneemt. Silva voelde op voorhand dat ik wat van plan was en wist niet zo goed wat ze ervan moest denken. De groep is beperkt tot twee baasjes en twee hondjes, door Corona, wat net ook prima is voor Silva denk ik. Ze was expliciet afstandelijk naar de andere hond/baasje – asociaal zullen sommigen denken of timide – maar Silva is gewoon voorzichtig en kijkt eerst altijd even de kat uit de boom. Halverwege toen de koekjes tevoorschijn kwamen, was ze al een pak enthousiaster en tegen het einde van de les zag je haar helemaal loskomen. Ze keek naar me met een hele open, happy smile en ik voelde aan haar hele wezen – de manier waarop ze tijdens de wandeling achteraf enthousiast snuffelde en vlot de auto terug in sprong – dat ze tevreden was. De hele dag nog had ik de indruk dat ze me op allerlei manieren liet weten dat ze het avontuur leuk had gevonden: het alleen zijn met mij, en de zoekspelletjes waar ze goed in is en helemaal wakker en alert van wordt. Het is heel fijn om je hond helemaal in haar element te zien.

Silva heeft een speciale relatie met de bal. Ik ben er niet zo happig op, dat gooien en rennen met de bal – ik heb schrik voor overbelasting van gewrichten en op den duur ben je met niets anders meer bezig dan die domme bal – dus ik beperkt het tot één plek: bij ons op de hoek. Niet in huis, zelden in de tuin en al helemaal niet op andere wandelingen. Het heeft iets verontrustend hoe exclusief de focus van Silva wordt als we met de bal spelen, alsof er niets anders in de wereld nog haar belangstelling kan krijgen. Als we op de hoek haar aandacht willen of haar mee naar huis willen krijgen, dan moeten we ons verstoppen. Dat is sterker dan de bal, maar dat is dan ook het enige. En nog altijd heeft ze de grootste moeite van de wereld om de bal los te laten, met koekjes werkt het niet, er moet en zal geworsteld worden om de bal. Troost heeft dat niet, die gaat lustig de bal halen, brengt hem terug, laat hem rollen zodat er opnieuw kan gegooid worden; Silva holt mee, met de tweede bal vastgeklemd tussen de kaken. Silva gebruikt de bal ook in stress situaties heb ik gemerkt: tijdens de eerste samenkomst van haar nestje was zij de hele tijd enkel gefocust op de bal. Ik vond dat een beetje storend en wist niet goed hoe reageren. Toen we bij Wilco (een reutje uit haar nest) kwamen onlangs, was opnieuw het eerste wat ze deed een bal zoeken, die naar mij brengen en mijn aandacht er naar proberen te brengen om er mee te spelen. Ik heb de bal genomen en terwijl ze het zag de bal op een onbereikbare plaats gelegd terwijl ik zei, ‘dat gaan we nu niet doen Silva’. En dat was oké, geen ballen de rest van het bezoek. In de plaats daarvan heeft ze wat mee gerend met de puppy’s, maar die hadden vooral oog voor elkaar. Ik merk dat ik mijn aandacht er op cruciale momenten gewoon beter moet bij houden: veel ontgaat me als ik met andere mensen bezig ben of als ik naar een podcast luister terwijl ik wandel. Misschien is dat wel mijn voornemen voor dit jaar: meer met mijn aandacht in het hier-en-nu, bij de hondjes, bij het leven en de mensen om me heen.

Gevoel? Blijf er even bij!

Wacht even, zei ze, niet te snel er over heen gaan, blijf er even bij. Het was een van mijn eerste therapie sessies en ik was in een heftig gevoel terecht gekomen door hetgeen ik vertelde. De tranen stonden plots in mijn ogen, ik schrok er zelf van. En mijn automatische reflex was toen nog zo snel mogelijk de controle terugnemen en doorgaan. Mijn therapeute zette die dag voor mij een hele belangrijke deur op een kier: die van mijn gevoel. Mijn gevoel zat tot dan zowat achter slot en grendel en werd door mij eigenlijk voor een zeer groot deel genegeerd; het was mijn verstand dat regeerde op humeurige wijze. Blijf er even bij. Als een braaf kind nam ik dat nogal letterlijk, zonder goed te begrijpen waarom dat nu nodig zou zijn. Geleidelijk aan begon ik te leren hoe het was om te voelen en dat je op een constructieve manier met gevoel kan omgaan ook: niet het wegstoppen en zo diep mogelijk begraven en ook niet in de heftigheid ervan meegesleurd worden. Er in gaan staan en het gevoel z’n werk laten doen.

Ik ben niet de enige die niet leerde omgaan met haar gevoel. We leren het niet op school, we krijgen het meestal niet mee van thuis. Integendeel, we leren vooral hoe we gevoel moeten negeren. Voortdurend krijgen we als kind de boodschap dat ons gevoel ‘niet nodig’ is: met goedbedoelde ‘dat is toch niet zo erg’, ‘daar moet je niet om huilen’, leren we dat ons gevoel niet belangrijk is of niet juist is. Ik herinner me heel helder hoe ongemakkelijk mijn moeder werd van mijn heftig kindergevoel en hoe geïrriteerd mijn vader erop kon reageren. De boodschap was heel duidelijk: jouw gevoel is lastig en klopt niet. En de conclusie die ik trok als kind trekken heel wat kinderen: er is wat mis met mij dat ik zoveel en zo heftig voel. En we denken allemaal dat we de enige zijn die zich zo voelt. Ik ben mijn gevoel heel stiefmoederlijk gaan behandelen: het mocht er alleen zijn als het leuk was. Alle andere – niet zo leuke – gevoelens moesten uit de weg. Al dat verbijten van verdriet, pijn en teleurstelling vond een uitweg natuurlijk, want gevoel verdwijnt niet gewoon omdat je het niet zo ziet zitten. Ik werd er vooral heel humeurig, geïrriteerd en kwaad van en kweekte een heel negatief zelfbeeld.

Diezelfde therapeute zei me op een andere keer dat het gevoel altijd gelijk heeft. Ik vond het eerst een vreemde gedachte – wat we voelen is toch vaak echt overdreven of niet juist? – maar ondertussen begrijp ik waar ze het over had. Het gevoel is niet meer dan een boodschapper: het geeft je een signaal over hoe jij aan het reageren bent op iets, een gedachte of een prikkel uit de buitenwereld. Het oordeel dat jij hebt over die gevoelsreactie is het element dat in de weg staat, niet het gevoel zelf. Ik heb mezelf ondertussen terug het recht gegeven om te voelen: ik mag voelen wat ik voel! En ik heb ook geleerd om er de tijd voor te nemen, om erbij te blijven tot ik begrepen heb wat de boodschap is.

Ja maar hoe dan, vragen cliënten me vaak, hoe moet ik dan wel omgaan met gevoel? Tara Brach gebruikt de afkorting RAIN en geeft daarmee emotieregulatie een duidelijke vorm als van een stappenplan: Recognize Allow Investigate Nurture.
• Recognize (herkennen): de eerste stap is je gevoel opmerken en benoemen. En ja, door aandacht te geven aan het gevoel lijkt het in eerste instantie sterker te worden. Dat heeft het nodig om duidelijk en helder te kunnen spreken. Door er een etiketje op te plakken – taal in te zetten – worden we tegelijkertijd ook al een heel stuk kalmer en hebben we minder de neiging om helemaal overspoeld te raken. We kunnen veel meer aan dan we denken, we zijn gebouwd om te voelen. Zo kunnen we het gevoel ook parkeren voor later, bijvoorbeeld als het zich aandient op een moment dat je er echt geen ruimte voor kan maken.
• Allow (toestaan): de tweede stap is niet te snel doorgaan, maar het gevoel er laten zijn, het is er al en het is van jou. Omarm het, maak het welkom. Ja, het is misschien lastig, maar lastig kan ook. Let op je oordeel, als je jezelf beoordeelt als ‘zwak’ of ‘flauw’ ga je in het verzet tegen het gevoel en dan kan het zijn werk niet goed doen. Het gaat dan ondergronds of transformeert in meestal schadelijk gedrag: je gaat teveel eten, drinken, serietjes bingen of je richt je pijlen op iets of iemand in de buitenwereld.
• Investigate (onderzoeken): de derde stap is contact maken met het gevoel in je lichaam, dus onderzoeken is niet cognitief bedoeld hier, het gaat niet over analyseren of rationeel begrijpen, dat komt later. Focus op je gevoel: waar zit het in je lichaam? Adem er naar toe en geef het wat ruimte. Geef het de tijd om te spreken.
• Nurture (voeden): in de vierde stap zorg je voor jezelf, door bijvoorbeeld je hand op je hart te leggen, aardig en mild te zijn voor jezelf en jezelf vertrouwen te geven. Je gevoel heeft altijd gelijk in die zin dat het gewoon een boodschapper is. Wat jij doet met die boodschap, dat is aan jou om een bewuste keuze over te maken.

Misschien denk je nu, mmmh, al dat slappe gedoe over gevoel, dat zet geen zoden aan de dijk. Mijn persoonlijke ervaring spreekt dat tegen. Er is inderdaad een periode geweest van inkeer en een soort stilstand en voortdurende twijfel, omdat ik nog aan het oefenen was. Ik heb mezelf pas echt leren kennen toe ik mezelf durfde voelen, en zo heb ik ook ontdekt wat voor mij werkelijk van belang is. Nu heb ik een innerlijk kompas dat me helpt heel bewust richting geven aan mijn leven en aan mijn dagelijks handelen. Tot dan probeerde ik vooral door mijn leven te navigeren met een extern kompas: ideeën over hoe het moest – wat belangrijk was in het leven – die ik onderweg had opgedaan. Niet allemaal verkeerd of zo, maar wel ideeën die niet van mij waren. Ik voel me veel krachtiger en sterker dan vroeger en ik voel me veel meer verbonden alles en iedereen. Ik durf zonder blozen beweren dat ik nu een beter mens ben, voor mezelf, maar zeker ook voor mijn omgeving.

Ik wou dat iemand me dit als kind had geleerd. Maar het is in een mensenleven nooit te laat om meer mens te worden. Alles welbeschouwd is wat we voelen het enige wat we echt bezitten in dit leven, het enige dat echt van tel is. Ik wens je er veel geduld en veel vertrouwen mee.

Meditatie liefdevolle vriendelijkheid

Er was een cadeautje dat ik onder ieders figuurlijke kerstboom had willen leggen: de opname van een geleide meditatie over liefdevolle vriendelijkheid; dat kunnen we wel gebruiken in deze tijden, vond ik. Het is me toen niet gelukt om het op tijd rond te krijgen en toen het er eindelijk van kwam, vond ik dat eerste probeersel echt wel goed klinken maar net nog niet ‘af’ genoeg, of zo. Het moest nog beter. En ik probeerde het nog eens, maar het klonk vreselijk. En ik probeerde het nog eens, en het klonk nog erger. En hoe harder ik probeerde, hoe minder het op een meditatie liefdevolle vriendelijkheid klonk. Het gaf me stress! Ik had al zin om de hele boel in de prullenmand te dumpen, toen ik nog eens naar het eerste probeersel luisterde. Niet perfect, maar de toon klopt in die opname. Misschien struikel je over de soms nogal letterlijk vertaalde zinnetjes – de meditatie is gebaseerd op een meditatie van Tara Brach ‘embodied metta’ die je in het Engels op YouTube kan terugvinden – en op een bepaald moment hoor je de puppy op de achtergrond, maar ach, als je dat met een glimlach kan belonen is de meditatie helemaal geslaagd 🙂
De meditatie is eenvoudig en concreet en werkt met het beeld van een glimlach. Ze staat op SoundCloud een gratis deelplatform voor audio opnames. Ik wens je er heel veel plezier mee.

2021 beter dan 2020?

2020 was geen kut – sorry – rotjaar voor mij. Het was een lastig jaar maar ook bijzonder interessant. Ik zou het voor geen goud ter wereld hebben willen missen dit Corona jaar, er werd flink aan mijn boom geschud en ik heb een heleboel nieuwe dingen gedaan dank zij Corona: mijn lieve Silva had een geweldig nestje puppy’s, Troostje is erbij gekomen, ik heb met een SUP plank rivieren en vijvers verkend en voor alles wat er niet was – en dat familielid dat we verloren – omwille van Covid, was er altijd dat bijzondere gezin van ons. Mag ik ze even vieren de leden van ons gezin? Ze hebben mij op zoveel manieren heel gelukkig gemaakt in 2020. Uren hebben we aan tafel gezeten en met elkaar gepraat, kilometers hebben we gewandeld, we hebben samen gewaakt en onze zorgen gedeeld over puppy’s, studies, werk, ziek en gezond zijn. We hebben elkaar graag gezien en we zijn elkaar nog liever gaan zien nu meer dan ooit duidelijk is geworden hoe belangrijk we zijn voor elkaar. Ik weet dat het niet voor iedereen zo is geweest, dat maakt me net zo dankbaar. De isolatie stelde alles wat sluimerde scherper, ook de moeilijke dingen.

We hebben elkaar massaal een beter 2021 gewenst. De eerste maand zit er zowat half op en ik heb aan mijn medemens en aan mezelf al gevoeld dat het wat riskeert tegen te vallen. Bij elke tegenslag en elk nieuw struikelblok – en waarom zouden die er in 2021 minder of niet zijn? – lijkt het of we collectief voelen hoe weinig veerkracht we nog hebben. Ik denk dat 2021 daarom opnieuw een moeilijk jaar wordt. Er zal opnieuw aan ons gevraagd worden om wat dieper te tasten in ons geduld, ons uithoudingsvermogen, onze veerkracht om om te gaan met de lastigheid en dat nog altijd – voor minstens nog een half jaar – zonder de fysieke opluchting van wat uitgebreider menselijk gezelschap. Ik verlang ernaar familieleden terug vast te kunnen pakken en vrienden te kunnen knuffelen. Ik droom van ze!

De jongeren hebben het echt lastig. Ze weten nog niet wie ze zijn en waar het met hun leven naartoe moet. Al die onzekerheid en de in gewone tijden al bijna onmenselijke druk die studies op hen leggen, die moeten ze nu in hun allenigheid of in heel beperkte kring zien te absorberen. Ik heb me al ettelijke malen de bedenking gemaakt dat het sociale aspect voor jonge mensen – uitgaan, nachtenlang kletsen, uit de bol gaan – ook hetgeen is wat hen in staat stelt om met de stress om te gaan. Het is geen luxe voor hen, het is wat het leven draaglijk, mogelijk maakt. Van mij mogen zij eerst gevaccineerd worden, niet dat iemand daar mijn mening over vraagt 🙂

Voor de jongeren hoop ik dan ook dat we in 2021 de 70% halen: om van de Covid rotzooi af te zijn, moeten we met minstens 70% van de bevolking ons laten inenten. Anders komt er geen groepsimmuniteit en krijgen we onze vrijheid niet terug. Ik ben altijd wat verwonderd als mensen niet of matig enthousiast zijn over de vaccins. Het is een mirakel dat ze er al zijn, toch? En het is een mirakel dat ze blijkbaar ook zo goed werken. Ik begrijp wel dat mensen wat achterdochtig zijn en even de kat uit de boom willen kijken, daarom ben je nog geen anti-vaccer. Ik heb me ook zo goed mogelijk geïnformeerd en van waar ik sta, zie ik vooral een farmaceutische wereld die – voor een keer – in transparantie heeft samengewerkt, de knapste koppen bij elkaar, en uitzonderlijk goed werk heeft afgeleverd. Het bewijs dat dat kan. Dat wij dat kunnen. We kunnen de boel verzieken, het mensenras, maar verdorie wat doen we soms knappe dingen. Er doet heel veel onzin de ronde over de vaccins: neen ze veranderen je DNA niet, en ja je kan nog ziek worden, maar je wordt niet ziek van het vaccin. Het ergste wat er kan gebeuren is een allergische reactie en daar ga je niet dood van. Het duurt een paar dagen of zelfs weken voor je immuunsysteem z’n werk heeft gedaan, dus in het begin moet je blijven oppassen; maar één keer dat je immuunsysteem wakker is, kan je hoogstens nog een hele milde vorm van de ziekte krijgen. Als je er meer over wil weten dan raad ik je deze podcast aan:
https://www.alieward.com/ologies/vaccineinfodemiology
Engelstalig en wetenschappelijk en toch heel toegankelijk. Mij heeft het gerustgesteld en mijn vertrouwen in de wetenschap nog maar eens versterkt.

Ik wens je een goed vaccin en een veerkrachtig nieuw jaar.

Crazy Troost Things I Love

• Als een hondenkroontje om mijn hoofd liggen ’s nachts en me wakker maken met een natte snuit in mijn gezicht als om te checken ‘ben je er nog?’ (niet elke nacht meer godzijdank, ooit ga ik het missen)
• Haar kopje wegsteken onder mijn arm, in de hoek van de zetel – of als er geen verstop plaats voor handen is, achter haar eigen pootje – als de heftigheid van haar contentement even teveel wordt
• Scherp blaffen op alles wat wij nog niet kunnen horen – ze heeft al 5 keer geblaft voordat Silva nog maar begint te grommen – en op een komische manier blijven steken in haar opwaartse blaf-beweging (een gewone hond gaat met de kop naar boven als ze blaft en dan automatisch terug naar beneden, Troost lijkt boven te blijven steken, als een krokodil die haar bek naar boven dichtklapt en dan bevriest) om ons vervolgens met een wilde blik vanuit haar ooghoeken te beloeren als om zeker te zijn dat ze indruk heeft gemaakt
• Als ze me even niet meer gezien heeft, blij in mijn arm bijten tot ik al haar tanden kan voelen, dan nog wat harder doorbijten als ik protesteer én tegelijkertijd haar twee pootjes om mijn arm klemmen terwijl ze hoog op haar achterste poten danst: ‘ik laat je nooit meer los baasje’
• Zich onder haar kin laten krielen door cliënten en dan haar ogen in extase half dicht laten vallen (instant smelt-effect op de cliënten)
• Als ze in de tuin is geweest, aan komen rennen en met een flinke aanloop boven op me springen – vuile poten, natte snoet incluis – als ik zo dom ben geweest om in de zetel te blijven zitten
• Als ik terug blaf om te spelen, van de zottigheid in mijn puzzel bijten en er vandoor gaan met een boel puzzelstukjes in haar bek
• Als ik Silva uitnodig om bij mij te komen knuffelen op de bank, er op de laatste microseconde tussenspringen en ons allebei even enthousiast aflikken (geen feestje zonder Troost!)
• Languit tegen ander baasje gaan liggen snurken als ik al lang aan de dag ben begonnen
• Nooit zomaar gaan liggen: de grond dient om je tegen te smijten, meestal met een kreun van plezier
• Nooit zomaar stappen: altijd paraderen op hoge poten met je neus in de lucht snuffelend naar het volgende avontuur
• Blaffen op windmolens, van in de auto op de snelweg!! (en op elke auto die te dicht komt rijden naar haar goesting) Don QuiTroost haar nieuwe bijnaam
• Silva is de hond die mij aard en mij rustig maakt met haar liefdevolle aandacht, Troost is de hond die me levensvreugde geeft met haar kwikzilveren onvoorspelbaarheid. What a pair, lucky me, een heerlijkheid aan hondjes

Dames die luisteren: van micro-agressie naar micro-revolutie

We wandelen langs Vlaamse wegen, mijn dochter en ik, met de twee honden. Meisjes-honden.

Ik weet dat de correcte term teefjes is, maar ik heb een hekel aan dat woord. Teef was een scheldwoord  toen ik opgroeide en ik vermoed dat dat nu nog het geval is al krijgt het veel competitie van de engelse versie: bitch. In elk geval, telkens ik hen teefjes noem, voel ik de weerstand tegen dat woord in me opkomen.

Ze lopen los.

Ja, controversieel, ik weet het. Daarover moeten we het ook eens hebben. Voor nu, neem gewoon van mij aan dat mijn honden niemand lastig vallen – omdat ik daar actief voor zorg door ze telkens terug te roepen – en vredevol met andere honden omgaan. Ik laat ze niet in weiden of bossen jagen, ze blijven dicht bij mij. De natuur wordt gerespecteerd. In het broedseizoen zal ik ze in gevoelige gebieden wel aanlijnen.

Op een bepaald ogenblik lopen ze nieuwsgierig met z’n tweetjes de oprit van een huis op. Ik roep ze onmiddellijk terug met een kort en krachtig ‘Dames!’, en ze luisteren naar me. Net op dat moment steekt een man ons voorbij: een witte man van middelbare leeftijd. Hij draait zich om en zegt: ‘Amai, Dames die luisteren, ik wist niet dat dat bestond’. Een micro-agressie.

Micro-agressies zijn onwetende, niet-altijd-slecht-bedoelde, stereotiepe uitspraken over een identificeerbare groep mensen: vrouwen, mensen met een andere origine, jongeren, mensen met een andere-dan-hetero seksuele oriëntering etc.  ‘Amai, jij spreekt goed Nederlands’ tegen de persoon met een kleurtje die in Vlaanderen is opgegroeid, bijvoorbeeld. Micro-agressies zijn vervelend omdat ze vaak net goedbedoeld lijken of omdat ze zich hullen in humor: ’tIs maar een grapje’. Maar micro-agressies stapelen zich op in het leven van mensen die er het doelwit van zijn en veroorzaken reëel leed: een slecht zelfbeeld, onderpresteren en alle mogelijke mentale problemen die je kan bedenken.

Ik besef op dat moment dat ik een keuze heb: ik kan het laten gaan, zoals ik meestal doe. Geef toe, we zijn allemaal lafaards, we gaan allemaal liefst de confrontatie uit de weg. Ik ken die man niet, het is weekend, waarom zou ik me druk maken om zo’n domme opmerking, wat maakt het uit?

Dat kleine momentje waar ik worstel met mezelf is het momentje dat ik de macht van het patriarchaat tegenkom: ze hebben me zodanig goed geleerd hoe een ‘goede’ vrouw zich gedraagt – lees ‘doe niet moeilijk’ – dat ik het als deel van mij heb geïntegreerd.

Maar ik voel in die flits van een moment dat het niet klopt en in plaats van mijn schouders op te halen, zeg ik luid en duidelijk: ‘Amai, en dat is pas een stereotype’. Een micro-revolutie.

Cultureel antropoloog Sinan Çankaya noemt ze kleine momenten van vrijheid: een klein moment kan een groot verschil maken, zo beweert hij.  In plaats van de micro-agressies te incasseren, duw je terug. Zonder overdrijven natuurlijk, altijd vriendelijk blijven, maar het mag wel even luid en duidelijk klinken als de micro-agressie.

De man draait zich verrast nog eens om. Dit had hij niet verwacht. Hij mompelt iets dat ik niet versta en – ja ik heb zin om het zo te noemen – druipt af. Ik weet niet wat mijn dochter ervan vond, we hebben het er niet over gehad, zo onbelangrijk was zijn opmerking, zo klein mijn revolutie. Maar ik voelde best wel een flinke dosis satisfactie. Ja, dat was goed zo.

Er is geen enkele reden waarom ik – waarom wij – dergelijke vrouwonvriendelijke uitspraken zouden moeten laten passeren. Als ik niets had gezegd, dan was die man vrolijk verder gestapt, had misschien het verhaal als een mini-geuzen anekdote verteld en zo het gif van vrouwenhaat verder verspreid, ongestraft. De volgende keer dat hij het doet, zal anders zijn. Misschien doet hij het nog, maar hij zal zichzelf niet meer kunnen wijsmaken dat het ‘maar’ een grapje is.

Ik kwam de idee van de micro-revoluties ook tegen in de roman ‘Girl, woman, other’ van Bernardine Evaristo (Booker Prize winnaar 2019) en ik hoorde het op een podcast deze week, ik ben vergeten welke, waarschijnlijk eentje van De Correspondent. En neen, ik ben hier niet aan het uitpakken om al mijn politiek-correcte cultuur-consumptie te etaleren, wel om aan te tonen dat mijn micro-revolutie niet enkel gebaseerd was op mijn individuele inzicht en assertiviteit. Mijn daad – en de bocht die ik daarmee inzet – werd voor me klaar gezet door al die verhalen.  Black Lives Matter en MeToo gaan daarover: hoe we racisme en seksisme pas beginnen herkennen in onze directe omgeving als we onszelf erover informeren. ‘Dames die niet luisteren’, is immers geen onschuldig stereotype. Deze man maakt maar een grapje zal hij denken. Maar het grapje maakt deel uit van een groter verhaal, een verhaal van vrouwenhaat die in onze cultuur diep verankerd zit en anno 2020 nog steeds leidt tot een heleboel problemen: van onbewuste discriminatie tot partnergeweld en zelfs feminicide, het beleefde woord voor moord op vrouwen. Geloof me, de cijfers zijn schrikbarend en achter elk cijfer liggen vele schrijnende verhaal. Als we willen dat onze dochters veilig zijn op straat, op het werk en in hun intieme relaties, dan mogen we niet wegkijken.

Ik wens jullie veel – vriendelijke – kleine momenten van vrijheid!

Ze zegt: ik haat mezelf!

Er is veel verdriet in haar stem en tegelijk ook veel schaamte: over de stukken van zichzelf die ze haat en over dat ze stukken heeft die ze haat. Er is met haar natuurlijk niets mis, dat weet ze rationeel gezien ook. Ze worstelt met haar hoogsensitiviteit en het veeleisende perfectionisme dat ermee gepaard gaat. Ik val eventjes helemaal stil, het komt wat onverwacht. Tot dan was het een praktische sessie, gericht op praktische problemen oplossen. En ik merk hoe mijn denken in actie schiet en gaat rommelen in die grote mand vol oplossingen in mijn geheugen: hoe doe je dat ook alweer, jezelf graag leren zien? Maar ik laat het gelukkig los zodat we kunnen praten over hoe dat is, leven met die zelfhaat.

Het zette me later opnieuw aan het denken: ooit was ik haar en kon ik mezelf nauwelijks uitstaan. Er waren heel wat stukjes waar ik niet trots op was en af en toe kende ik ook die diepe wanhopige zelfhaat. Hoe ben ik daaruit geraakt? Er zijn vele antwoorden en het was een lang proces, maar hoe begin je eraan? Heel veel mensen ‘weten’ dat hun zelfhaat niet klopt en het voor hen alleen maar erger maakt. Maar zo voelt het wel.

Vroeger was mijn zelfvertrouwen gebaseerd op prestaties: ik had geleerd dat je om je plekje in de wereld te verdienen, moest uitblinken, beter presteren, mooier zijn dan anderen. Ik heb ondertussen geleerd dat dat soort zelfvertrouwen zeer kwetsbaar is. Zelfs als je erin slaagt om tijdelijk aan je eisen en verwachtingen te beantwoorden, je kan dat allemaal verliezen. Je gaat dat sowieso allemaal verliezen bij het ouder worden. En het grote nadeel is ook dat het je in competitie zet met alles en iedereen, altijd en overal. Dat is uitputtend én het sluit je af van al die anderen. Je gaat niet echt in verbinding met mensen waar je mee in competitie gaat. Uitgeput en geïsoleerd strandt je onvermijdelijk ergens in je leven op een dorre plek. Als het meezit, is dat het startpunt voor een zoektocht naar zelfliefde en verbinding met anderen. En die twee – zo heb ik geleerd – gaan hand in hand.

Het is namelijk beter om je zelfvertrouwen te baseren op elementen die sowieso in je kern aanwezig zijn en niet op elementen die uniek zijn in vergelijking met anderen: je essentie, jouw kern van goedheid. Denk even aan een persoon in je leven die je echt graag mag. Waarom is dat zo, wat trekt je in die persoon aan? Het gaat wellicht niet over hoeveel die persoon verdient en hoe knap of hoe slim zij of hij is. Waarschijnlijk gaat het over de manier waarop ze je behandelen en over hoe je je voelt als je bij hen bent. Dat inzicht heeft bij mij veel oordelen over mezelf en over anderen doen afbrokkelen. Ik merkte hoe streng ik was voor anderen en voor mezelf en hoe lastig dat was en hoe me dat altijd leek apart te houden van anderen, teruggeworpen op een zelf dat ik niet zo apprecieerde. En geleidelijk aan heb ik de gewoonte van het oordelen kunnen loslaten. Door veel te oefenen en veel te mediteren. Ik ben aardiger geworden, voor anderen en voor mezelf. Dat ging bij mij hand in hand. Ik heb geleerd om mijn kwetsbaarheid te omarmen met mildheid en mededogen en geleidelijk aan merkte ik dat mijn relaties met anderen dieper en echter werden. Ik ben nu blij met de relatie die ik heb met mezelf, ik ben meestal goed gezelschap voor mezelf. En als ik dat niet ben, dan ga ik op mijn kussen zitten tot ik weet wat er scheef zit.

Zelfliefde is een misleidende term. Het doet denken aan een egoïstisch perspectief alsof je toch weer in de spiegel kijkt om dingen te vinden om te bewonderen. Het doet me denken aan jezelf verwennen, met jezelf bezig zijn. Maar daar gaat een gezond zelfvertrouwen dus niet over. Zelfmededogen is wat mij betreft een betere term. Dat gaat erover ook mentaal aardig te zijn voor jezelf. En die mildheid leidt niet tot luiheid of gemakzucht. Integendeel, ik ben veel productiever geworden dan vroeger toen ik nog functioneerde onder het regime van een hele strenge interne criticus.

Hoe kan je zelfmededogen oefenen?

Tip n°1: praat over de dingen die je niet graag hebt bij jezelf met anderen. We verstoppen ze omdat we bang zijn afgewezen te worden, maar meestal herkennen anderen zich in onze menselijkheid. Dat brengt je in verbinding met anderen en met jezelf.

Tip n°2: vraag aan je beste vrienden een lijstje te maken van de dingen die ze in jou appreciëren. Bewaar het voor de moeilijke momenten.

Tip n°3: als je merkt dat je innerlijke criticus weer luidkeels in je oor aan het roepen is, vraag je dan eens af: wat zou je beste vriend nu tegen je zeggen? Of praat met jezelf over jezelf in de derde persoon. Dat klinkt ongeveer als ik die in mijn gedachten tegen mezelf zeg: ai die Katlijn is weer heel erg bang dat de cursisten haar niet goed genoeg gaan vinden. Dat zorgt voor net voldoende afstand om jezelf te zien vanuit het perspectief van een milde goede vriend. En, wees aardig voor je interne criticus, uiteindelijk is dat hele kritische een uit de hand gelopen poging om je te beschermen tegen de pijn van afwijzing.

Tip n°4: the practice of lovingkindness meditatie of Metta, een klassieker in het boeddhisme. De klassieke zinnen luiden als volgt:

Moge ik veilig zijn (of moge ik vrij zijn van gevaar)
Moge ik gelukkig zijn
Moge ik gezond zijn
Moge ik leven met gemak (of moge het dagelijks leven geen worsteling zijn)

De zin ‘moge ik’ (May I in het engels) drukt een wens uit, je wenst jezelf iets toe. Het gaat niet over eisen of afdwingen, het moet niet. Je gunt het jezelf. Je stelt jezelf er als het ware voor open zodat het ook mogelijk wordt. Het is alsof je jezelf toestemming geeft om – zo vaak mogelijk – veilig, gezond, gelukkig en zonder strijd te zijn.
En daar stopt het niet. De volgende stap is de zinnetjes herhalen met je dierbaren in gedachten:

Moge je veilig zijn
Moge je gelukkig zijn
Moge je gezond zijn
Moge je leven met gemak

En niet alleen je dierbaren, de derde stap is dit ook toe te wensen aan alle wezens:

Moge alle wezens veilig zijn
Moge alle wezens gelukkig zijn
Moge alle wezens gezond zijn
Moge alle wezens leven met gemak

Hoe? Je hoeft hiervoor geen ervaren mediteerder te zijn. Je kan waar je ook zit of ligt de ogen sluiten, je hand op je hart leggen en deze zinnetjes in gedachten een paar keer herhalen. Let daarbij op je gevoel. Als je het lastig vindt om aardig te zijn voor jezelf of als je er niets bij voelt, begin dan met de zinnetjes toe te wensen aan je dierbaren en voel hoe dat is. En ga dan naar de zinnetjes voor jezelf. Als je aan de zinnetjes wil knutselen, voel je vrij. Er zijn heel veel variaties. Zoek even op internet tot je de versie vindt die bij je past.

Enne, niet vergeten, dit is een blog! Reacties zijn heel erg welkom!

Het volle lege nest

Eigenlijk was het niet zo gepland. Ik moet het ergens in mijn achterhoofd toch wel hebben laten meespelen, maar het was niet bewust. Het lege nest wat betreft onze mensendochters dat sinds september voor ons een realiteit is, is een heel vol nest geworden wat onze hondendochters betreft. De parallel is pijnlijk duidelijk: wanneer de tweede mensendochter op kot gaat, is er diezelfde maand een nieuwe puppy, een tweede hond, om de aandacht af te leiden. Opnieuw liggen er ’s nachts twee meisjes tussen ons in. Opnieuw ben ik altijd op schok om leuke avonturen te ondernemen met mijn meisjes. Als ik boodschappen doe, ligt de kar vol hondenspeelgoed en hondeneten en hondensnacks.
Mijn mensendochters plagen me grijnzend met mijn hondendochters en schijn-klagen over de concurrentie. De waarheid is dat iedereen gelukkig wordt van de hondendochters en dat de mensendochters niet kunnen wachten om terug te keren naar het oude nest en een hondenbad te nemen. Want dat is het wat je krijgt bij ons: als je thuis komt dan zijn er twee honden om te knuffelen en die twee gaan in competitie met elkaar: ze proberen elkaar de loef af te steken om toch net dat beetje meer aandacht van je te krijgen. Sinds de puppy – Troost – erbij is gekomen, kruipt de grote hond terug op schoot! Het leerproces gaat dus in twee richtingen: de puppy leert van haar mama, de mama leert van de puppy. Ze nemen gedrag van elkaar over, voor ons een onverwachte bonus. Silva – de mamahond – met wie we allemaal echt wel een hele mooie band hadden tot Troost kwam – enfin, eigenlijk was Troost degene die overbleef toen de rest van het nest was vertrokken naar andere baasjes – is niet afstandelijker geworden zoals we vreesden, ze is zich integendeel nog meer gaan manifesteren. Het lijkt wel of ze iets begrepen heeft door al ons geknuffel met de puppy te observeren; de puppy die werkelijk onweerstaanbaar is by the way. Silva lijkt te denken, ah, ja da’s waar, da’s eigenlijk wel fijn, op de bank op schoot bij baasje en ja zo knuffelen met baasje als ze even weg is geweest, of nog beter languit tegen haar benen aan liggen de hele nacht! Haar puberdochter is hilarisch in haar naakte jaloezie en baasje-bezitterigheid, ze springt er gewoon bij, bovenop, wringt zich ertussen, en minder mooi: geeft de competitie stress door alsmaar harder in haar vel te bijten. Deugniet. Ik ben een tweearmige techniek aan het ontwikkelen om met de ene arm de grote hond te knuffelen en met de andere de kleine af te weren, maar zachtjes zodat ook dat knuffelen wordt. Eigenlijk heb ik een derde arm nodig.
Het is niet altijd zo idyllisch natuurlijk: Troost heeft lang gedacht dat het hele huis pipi-zone was. Pas nu op 5 maanden is ze zo goed als ‘proper’. Zelfs met de beste wil ter wereld was ook bij ons het engelengeduld af en toe op en moesten we eens goed vloeken bij het zoveelste plasje. Maar het is gelukt, omdat ik me uiteindelijk heb aangepast en veel consequenter van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat mee naar buiten de tuin in loop. Ik denk dat ik een beetje moe was na het nest, en dat ik dacht, die loopt wel mee met haar mama. Maar mama was niet genoeg, ik moest mee de tuin in, en nu gaat het wel goed. En, onverwachte bonus, ik heb een nieuw ritueel: ik begroet de dag in de tuin, kijk als een volleerde boerin naar de lucht om in te schatten welk weer het wordt en luister naar de geluidjes van de stad die wakker wordt. En ’s avonds sluit ik de dag af op diezelfde plek, al luisterend naar de nacht, met mijn neus in de lucht. En ik merk dat ik contact krijg met iets dat me ervoor ontging: zelfs in de stad is er veel natuur en kan een mens buiten beter voelen dat ze leeft.
Silva was met het vertrek van de puppy’s al haar pluimen kwijt geraakt. Hier en daar konden we haar vel zien door de pels en van haar prachtige staart schoot haast niets meer over. Dat zegt wel iets over de fysieke impact die zo’n nestje heeft op een teefje. Veel vitamines en zalmolie later ziet ze er weer stukken beter uit. Mooier denk ik altijd, tot ik op foto’s zie hoe mooi ze altijd al geweest is. En gelukkiger ook durf ik denken, ondanks het monster-kantje van Troost die haar grommend aanvalt als ze het in haar bol krijgt. Ze heeft altijd een maatje nu, ze is nooit meer alleen. En wij, wij zijn een heel vol leeg nest 🙂

Er is er eentje die er niet meer is

26 okt 2020 – Wat kan je zeggen over een hondje dat er niet meer is? Ik heb al een paar keer erover proberen schrijven. Over de nieuwsgierige puppy die zich losrukt van z’n baasje en die enthousiast op een paar mensen afrent en voor hen gaat zitten, verwachtingsvol opkijkend om te zien wat voor leuks het leven nu weer te bieden zal hebben. En over die auto. Heeft de bestuurder de puppy niet gezien? Of niet willen zien? Hebben de toeschouwers niet begrepen wat er zou gebeuren? Of net wel? Waarom grepen ze niet in? Is een puppy het risico niet waard? En waarom, waarom reed de bestuurder door?Het is typisch dat ik focus op de details, alsof het daarmee samenhangt, maar het noodlot weet wel beter. Puppy’s sterven voortdurend om de domste redenen: ze komen ergens vast te zitten, verstikken, verslikken zich, lopen verloren, worden gestolen, lopen onder een auto, vallen in een diepe put, worden vergiftigd, mishandeld, krijgen een slopende ziekte… Soms is het hun eigen zottigheid, soms het noodlot, en soms heeft het mensenras niet z’n beste dag. Mijn hart weegt zwaar in mijn borst telkens als ik eraan denk, dan zie ik het nest voor me waar ik de hele zomer mee heb doorgebracht, genietend van – bijna, echt waar bijna – elke seconde. Het nest, denk ik dan zwaarmoedig, is nu al niet meer compleet. En ik heb ook al gedacht, dit ga ik nog 7 keren meemaken. Mag het alsjeblieft nog lang duren voor de volgende gaat? Als een heel hondenleven, alsjeblieft? Of is dat teveel gevraagd? Er is er eentje die niet meer hier is, denk ik dan, maar hij is er nog wel hoor: Tomte/Borras/Pablito. Hij nestelde zich in zoveel harten van zoveel mensen op zo’n korte tijd. Dus hij is er sowieso nog wel. Hij supportert van de zijlijn, waakt over de anderen. Als je goed luistert hoor je z’n vrolijke blaf.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag